Lingu@Tor

Lingu@Tor is een auteursplatform waarmee docenten interactieve, multimediale oefeningen kunnen maken voor taal- en cultuurverwerving (grammatica, lexicon, luister-, lees- en schrijfvaardigheid enz.). Deze oefeningen kunnen op dezelfde drager en binnen het auteursplatform gekoppeld worden aan authentieke teksten en dialogen, naslagpagina’s (grammatica, thematisch lexicon en z.) en aan een elektronisch woordenboek. Docenten en leerlingen kunnen ook gratis gebruik maken van bestaand materiaal als ze hun opdrachten aan anderen beschikbaar stellen. Dit kan via de Lingu@Torclub http://club.linguator.com ). Alle ingeleverde oefeningen worden door de Lingu@Torequipe gecodeerd in functie van het Europees Referentiekader (ERK). Als studenten leer-modules ontwikkeld in Lingu@Tor op een netwerk gebruiken, dan kunnen hun vorderingen en resultaten geregistreerd worden. Ling@Tor-toepassingen zijn echter ook op stand-alone PC’s bruikbaar met gebruik van cd-roms. Alle Lingu@Tor-toepassingen kunnen geïmplementeerd worden in om het even welke elo (bijvoorbeeld Blackboard). Heel wat van deze toepassingen zijn uitgegeven en commercieel beschikbaar gesteld. Zo werden via Leonardo-projecten 29 cd-roms ontwikkeld voor het bedrijfsleven (Interculturele Comunicatie voor Kaderpersoneel – Plurilingua).

Voor welk probleem of welke onvrede biedt dit een (gedeeltelijke) oplossing?

Aan de Faculteit Economie van de Universiteit Hasselt studeren 1200 à 1500 studenten. De traditionele ex cathedra kennisoverdracht, waarbij idealiter uitgegaan wordt van een homogene groep studenten qua voorkennis en qua behoeften, betekent echter erg veel tijdverlies. En dat terwijl het bedrijfsleven wacht op gediplomeerden die niet enkel theoretisch goed gevormd zijn, maar die al hun kennis vanaf hun indiensttreding efficiënt in praktijk kunnen brengen. Daarom moet het beperkte aantal contacturen een zo groot mogelijk rendement opleveren. De ervaring wees uit dat een groot gedeelte van de kennisverwerving met succes in zelfstudie kan gebeuren. Bovendien is het zo dat wat je zelf ontdekt, beter beklijft en je het daardoor beter kunt. Een aangepaste auteursomgeving zoals Lingu@Tor laat de leerder zijn zelfstudieopdrachten vanuit zijn eigen leerstijl, inductief of deductief, uitvoeren. Om deze redenen werd het didactisch concept van SAL (semi-autonoom leren) voor alle Faculteiten en voor alle vakken ingevoerd aan de Universiteit Hasselt. De contacturen worden effectiever voor de student (verhoogd leerrendement) en meer valoriserend voor de docent. Het beperkter aantal contacturen is een bijkomend voordeel voor de dikwijls beperkte groep docenten (b ijvoorbeeld 3 voor 3 à 4 niveaus Frans in de Faculteit TEW). Er werd een onderscheid gemaakt tussen individueel werk via de computer en werk in groepen, onder begeleiding van docenten. Het computerwerk is gekoppeld aan een studieleidraad” waarin onder andere de wekelijkse zelfstudieopdrachten opgenomen zijn. Na elke opdracht volgt wekelijks een “responsiecollege” van één uur, waar de studenten alle tegengekomen problemen voorleggen aan de docent. Als de studenten niets voorbereid hebben en als ze geen vragen hebben, dan gaat het college niet door. Zo leren ze verantwoordelijk te zijn voor hun eigen leerproces. Enkele dagen later volgt dan een “werkzitting” waarbij de studenten “in situatie” gebracht worden (simulaties, rollenspel) en waarbij de docent foutenanalyse en feedback geeft op het vlak van inhoud, stijl, taalcorrectheid (lexicon, grammatica, syntaxis), opbouw van het discours, taalregister, intonatie, uitspraak en significante aspecten van de non-verbale communicatie, gekoppeld aan cultuurverschillen tussen brontaal/-cultuur (Nederlands – Vlaanderen) en doeltaal/-cultuur (Frans – Frankrijk, Québec, Wallonië…). Waar zit de meerwaarde van ICT voor het leren van talen? Dankzij ICT is het onderwijs zo ingericht dat de contacturen uitsluitend gebruikt worden voor het behandelen van problemen (vraaggestuurd) en het trainen van de productieve vaardigheden. De studenten oefenen in autonomie grammatica en luistervaardigheid; ze verwerven autonoom lexicon. Dat zijn namelijk de onderdel en die zich het beste lenen voor zelfstudie. Er is geen klassikale uitleg, wel terugkoppeling via het college waarin studenten vragen kunnen stellen en waarbij de docent de theorie verder kan uitdiepen en op gerichte behoeften van de individuele student kan ingaan. De rest van de tijd wordt vooral besteed aan gespreksvaardigheid (onderzoek wees herhaaldelijk uit dat deze vaardigheid het allerbelangrijkste is in bedrijfssituaties). Het rendement van het taalleren is hoger (examenresultaten bewijzen het), de docent kan veel meer zijn deskundigheid valoriseren. Naast de taalcommunicatieve en de sociaal-interactieve competenties verwerven de studenten algemene leercompetenties die hen moeten voorbereiden op levenslang leren.